Extra verhoging uurprijs kinderopvangtoeslag

De maximumuurprijzen in de kinderopvangtoeslag worden extra verhoogd. De verhoging is een gevolg van de gestegen inflatie. De nieuwe tarieven gaan gelden vanaf 2023. Wanneer deze actief worden doorgevoerd is nog niet bekend.

Nieuwe prijzen

Kinderopvangtoeslag

Door de verhoging zullen de maximale uurprijzen van kinderopvang per 2023 met 1,74% extra stijgen. Hierdoor worden de uurprijzen voor dagopvang en buitenschoolse opvang in totaal met 7,32% verhoogd. De maximumuurprijzen komen daarmee op € 9,12 respectievelijk € 7,85. De maximumuurprijs voor gastouderopvang wordt met 5,06% verhoogd tot € 6,85.

Tijdstip doorvoering onzeker

De kinderopvangtoeslag over de maand januari 2023 is op 20 december 2022 al uitbetaald. Hierin is de stijging nog niet verwerkt. Het is nog niet bekend wanneer deze stijging met terugwerkende kracht voor 2023 kan worden doorgevoerd. Ouders ontvangen bij de eerstvolgende betaling na invoering van de wijziging een nabetaling over de eerder overgemaakte toeslagen over 2023. Het uitgekeerde bedrag ligt die maand dan eenmalig hoger.

Posted in Niet gecategoriseerd

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als u werknemers in dienst heeft met een laag loon, kunt u recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV

LIV

U heeft recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen € 10,73 en € 13,43 verdienen. Het LIV bedraagt € 0,49 per uur, met een maximum van € 960 per werknemer per jaar.

Vof wordt bv

In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een vof over in een bv. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de vof, niet meetelden.

Verschillende werkgevers

De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen

De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Posted in Niet gecategoriseerd