Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Ondernemers die tijdens de coronacrisis onder het sociaal minimum terecht kwamen, konden een beroep doen op de TOZO-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Om voor de TOZO in aanmerking te komen, moest een ondernemer met een bedrijf in Nederland, ook in Nederland wonen. Volgens de rechter is deze voorwaarde onrechtmatig.

TOZO

Weiland

De TOZO voorzag in een uitkering voor levensonderhoud en de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening voor bedrijfskapitaal. Voor het recht op een uitkering voor levensonderhoud was vereist dat men ook in Nederland woonde.

Beperking vrijheid van vestiging

Volgens de rechtbank betekent deze voorwaarde een beperking van de vrijheid van vestiging. Wie immers met een bedrijf in Nederland woonde, had wél recht op de TOZO.

Onvoldoende onderbouwing

Volgens de rechtbank is de eis ook onvoldoende onderbouwd. De groep TOZO-gerechtigden is beperkt en dat geldt ook voor de uitkeringsduur. Volgens de rechtbank leidt het loslaten van de voorwaarde dus niet tot onevenredige belasting van het bijstandsstelsel. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de voorwaarde nodig is voor de controle op de rechtmatigheid van een uitkering. Deze controle kan immers ook met medewerking van buitenlandse autoriteiten plaatsvinden.

Gevolgen?

De gevolgen van de uitspraak zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de vraag of deze beperkt is tot de ondernemers die zelf ook bezwaar tegen de weigering tot verstrekking van TOZO hebben gemaakt. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we u zo snel mogelijk.

Posted in Niet gecategoriseerd

Let op voorwaarden 30%-regeling

Buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid mag u 30% van het salaris onbelast uitbetalen als kostenvergoeding. Het is daarbij wel van belang dat voldaan wordt aan de gestelde fiscale voorwaarden.

30%-regeling

Ondernemer

Volgens de 30%-regeling mag u voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra huisvestingskosten.

Voorwaarden

Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet er sprake zijn van een specifieke deskundigheid van de werknemer, wat moet blijken uit een minimumsalaris. Ook moet de werkgever het deel van de kostenvergoeding aanwijzen als vrijgesteld loon en dit ook als zodanig vastleggen in de administratie.

Doorwerking naar inkomstenbelasting

Als aan bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, dan is een deel van het salaris niet vrijgesteld en werkt dit door naar de inkomstenbelasting. Dit bleek onlangs uit een zaak voor het Hof Amsterdam. Ten aanzien van een buitenlandse werknemer was door zijn werkgever een ontvangen bonus niet aangewezen als deels vrijgesteld loon. De werknemer corrigeerde dit zelf in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar die vlieger ging niet op.

Einde looptijd 30%-regeling

Behalve dat niet voldaan was aan de voorwaarde dat vrijgesteld loon moet worden aangewezen, was de vrijstelling ook niet meer mogelijk omdat de betaling van de bonus buiten het einde van de looptijd van de 30%-regeling viel.

De buitenlandse werknemer was op 18 januari 2017 gestopt met zijn feitelijke werkzaamheden. De 30%-regeling eindigde bij hem op 28 februari 2017, de laatste dag van het eerste loontijdvak nadat de tewerkstelling was geëindigd. De bonus was echter pas in maart 2017 uitbetaald. Er moest dus over de gehele bonus belasting worden betaald.

Posted in Niet gecategoriseerd