Fiscus maakt normen verpachting landbouwgrond 2021 bekend

Particulieren die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. Deze waardering valt voor het jaar 2021 gemiddeld hoger uit, zo blijkt uit cijfers die door de Belastingdienst eerder bekend zijn gemaakt.

Verpachte grond

Weiland

De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering van landbouwgrond. De cijfers hebben betrekking op verpachte landbouwgrond – dat wil zeggen op grasland en akkerland – dat ten behoeve van de landbouw wordt gebruikt.

Let op! De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals glastuinbouw en boomgaarden.

Verpachte grond

De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. Het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60% van de waarde in onverpachte staat.

Verschillen

De waarde van de grond en de wijzigingen in prijs verschillen per regio enorm. Zo is de waarde van een hectare grond in Groningen zuidelijk Westerkwartier in 2021 € 49.800 (-13,4%) en in de Zuidelijke IJsselmeerpolders € 136.800 (+24,9%).

Invloed heffing box 3?

De hogere waardering leidde tot nu toe voor de eigenaren van de grond tot meer te betalen belasting in box 3. Omdat de Hoge Raad eerder heeft beslist dat het werkelijk behaalde rendement op vermogen bepalend moet zijn voor de te betalen belasting, zal dit ook voor eigenaren van verpachte grond tot een wijziging van de belastingheffing in box 3 leiden.  

Let op! Bent u het niet eens met de standaardwaardering volgens de normen van de Belastingdienst, dan kunt u hiervan afwijken. U dient dan wel te motiveren waarom naar uw mening de standaardwaardering op uw grond niet van toepassing is.

Heeft u vragen over de fiscale waardering van verpachte grond, neem dan contact met ons op.

Posted in Niet gecategoriseerd

Wijziging in gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen

Vanaf 2022 zijn niet alle arbovoorzieningen meer gericht vrijgesteld. Alleen arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet kunnen nog onder deze vrijstelling vallen.

Gerichte vrijstelling tot 2022

Thuiswerken

Als ergens een gerichte vrijstelling voor is, kan een werkgever dit onbelast aan zijn werknemers vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Vóór 2022 gold een gerichte vrijstelling voor alle arbovoorzieningen die voortvloeiden uit het arbobeleid van de werkgever.

Vanaf 2022: verplichte arbovoorzieningen

Vanaf 2022 geldt de gerichte vrijstelling alleen nog voor arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan veiligheidsschoenen, een veiligheidsbril, maar ook bijvoorbeeld een ergonomisch verantwoorde bureaustoel en een beeldschermbril.

Let op! De gerichte vrijstelling voor verplichte arbovoorzieningen geldt niet als sprake is van een eigen bijdrage van werknemers. Ook bij uitruil binnen cafetariaregelingen is de gerichte vrijstelling niet mogelijk.

Is sprake van een luxere arbovoorziening dan noodzakelijk zoals een leren bureaustoel in plaats van een stoffen bureaustoel? Dan is de meerprijs niet gericht vrijgesteld. Deze meerprijs kan wel ten laste van de vrije ruimte komen. Daarnaast is een eigen bijdrage van de werknemer voor de meerprijs ook mogelijk.

Mogelijkheden voor andere arbovoorzieningen

Een cursus stoppen met roken, een stoelmassage, sportieve activiteiten en gezondheidschecks zijn vanaf 2022 in principe niet meer gericht vrijgesteld, ook niet als deze voorzieningen zijn opgenomen in het arbobeleid van de werkgever. Deze voorzieningen zijn namelijk over het algemeen niet verplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet.

Let op! Een cursus stoppen met roken en een stoelmassage kunnen, als deze op de werkplek worden gehouden, alsnog onbelast op grond van de zogenoemde nihilwaardering. Voor de cursus stoppen met roken geldt overigens dat deze sinds 2020 volledig vanuit het basispakket van de zorgverzekering wordt vergoed zonder dat deze kosten ten laste van het eigen risico gaan. Het is dus de vraag hoe vaak een werkgever een dergelijke cursus nog vergoedt.

Bepaalde arbovoorzieningen die over het algemeen niet verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet, kunnen dat in specifieke gevallen toch zijn. In dergelijke gevallen zal de gerichte vrijstelling op deze arbovoorzieningen toch van toepassing zijn.

Vrije ruimte

Een werkgever kan de niet langer gericht vrijgestelde voorzieningen altijd nog, voor zover deze gebruikelijk zijn, ten laste van zijn vrije ruimte brengen. Zolang de werkgever nog voldoende vrije ruimte heeft, zal de voorziening dan ook onbelast zijn. Bij overschrijding van de vrije ruimte bedraagt de eindheffing 80% over deze overschrijding.

Posted in Niet gecategoriseerd