Bovengemiddelde groei voor specialistische zakelijke diensten

Specialistische zakelijke dienstverleners hebben over het algemeen een goed jaar achter de rug, maar de onderlinge verschillen waren groot. Waar de florerende woningmarkt en de coronacrisis meer werk opleverden voor de één (bijvoorbeeld notarissen, ingenieurs en architecten, maar ook advisering rond steunregelingen), had de ander een nagenoeg lege agenda (onder meer reclamediensten). Per saldo was de omzet- en winstontwikkeling bovengemiddeld.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Grafiek Zakelijke dienstverleningRelatief sterke groei

De branche als geheel zag de netto-omzet in 2020 met ruim 3 procent toenemen. Dit was een minder sterke groei dan in de voorgaande twee jaren, maar aanmerkelijk beter dan het mkb-gemiddelde van 0,6 procent. Ook de winstontwikkeling was duidelijk bovengemiddeld: 15,8 procent, versus 9,3 procent voor het mkb als geheel. De brutomarge nam met 4,5 procent toe, tegenover +0,6 procent gemiddeld in het mkb.

Omzet en winst over de jaren

Sinds 2018 ligt de omzet- en de winstontwikkeling boven het mkb-gemiddelde en het coronajaar 2020 vormt hierop geen uitzondering, met een omzettoename van ruim 3 procent en een winsttoename van bijna 16 procent. De winst neemt sinds 2017 jaarlijks in de dubbele cijfers toe en daarmee is de branche uniek (zie de grafiek).

Grote onderlinge verschillen

Architecten en ingenieurs kenden in 2020 over het algemeen een positief jaar, mede dankzij voordelige omstandigheden op de woningmarkt. Vooral het resultaat voor belasting heeft in deze deelbranche een sterke stijging laten zien. De financiële resultaten van reclamebureaus zijn daarentegen sterk achtergebleven. Voor adviseurs op het gebied van management en bedrijfsvoering is 2020 een gemengd jaar geweest. De omzet is gemiddeld genomen wel gestegen, maar het resultaat voor belasting is gedaald. De inkoopwaarde is hier sterk toegenomen. 

Lichte stijging kosten

Aan de kostenkant viel op dat de personeelskosten vorig jaar licht zijn opgelopen: +0,6 procent. In het mkb was gemiddeld sprake van een lichte daling, vooral als gevolg van de verwerking van de NOW-regeling. Deze loonsteun kon ook worden opgeteld bij ‘overige bedrijfsopbrengsten’. In de specialistische zakelijke dienstverlening is deze post slechts licht toegenomen. Dit alles lijkt er dus op te wijzen dat de ondernemers in deze branche relatief weinig coronasteun hebben aangevraagd.

Groei eigen vermogen

Het eigen vermogen is in de specialistische zakelijke dienstverlening in 2020 iets meer toegenomen dan een jaar eerder: +10,3 procent. De kortlopende schulden zijn vrijwel onveranderd gebleven en de langlopende schulden zijn met iets meer dan 6 procent gestegen.

Kredietwaardigheid licht vooruit

De financiële positie van bedrijven in de gespecialiseerde zakelijke dienstverlening is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating < 1 procent), is uitgekomen op 86,5. Dit betekent een lichte verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche aanzienlijk zijn.

Vermindering administratieve lasten rond NOW-controles

De administratieve lasten in het kader van de controles rond de NOW worden verminderd. Dit schrijft minister Koolmees aan de Tweede Kamer. De aanpassingen zijn een reactie op een advies van onder meer SRA.

Derdenverklaring

RekenmachineIn de brief geeft de minister aan dat de controle op een zestal punten zal worden verlicht. De belangrijkste lastenreductie vloeit voort uit het verhogen van de drempel voor het vereiste van een zogenaamde derdenverklaring. Die is nu nog vereist bij een voorschot van minstens € 20.000 en een definitieve subsidie van minstens € 25.000. Voor de NOW 3 en 4 wordt deze drempel verhoogd naar € 40.000, zodat minder bedrijven een derdenverklaring nodig zullen hebben.

Accountantsverklaring

Verder wordt een echte accountantsverklaring voortaan pas vereist als zowel het voorschot als de subsidie meer dan € 125.000 bedraagt. Nu nog is dat vanaf een voorschot van € 100.000 en een definitieve subsidie van € 125.000.

Dubbel werk voorkomen

Ook wordt voorgesteld de werkzaamheden te beperken wanneer de financiële administratie al door een deskundige derde wordt gevoerd en zo dubbel werk te voorkomen. Dit is nu al mogelijk, maar kennelijk is dit onvoldoende duidelijk. Daarom zal hier bij de NOW 3 en 4 nogmaals op worden gewezen.

Controles samenvoegen

Administratieve lastenverlichting wordt verder bereikt door controles voor de verschillende tranches van de NOW3 en eventueel ook de NOW 4 samen te voegen. De accountant hoeft dan maar één keer te controleren, na afloop van de laatste tranche.

Aanpassing standaard

Daarnaast zal de door de NBA voor de NOW ontwikkelde standaard worden aangepast. Hierdoor hoeft een accountant bijvoorbeeld maar één opdrachtbevestiging af te geven.

Gebruik controles groepsaccountant

Er wordt ook een verlichting doorgevoerd waardoor het voortaan toegestaan is dat werkzaamheden die door de groepsaccountant van een concern worden uitgevoerd, voor de controle van de NOW kunnen worden gebruikt. Dit voorkomt dat de accountant op werkmaatschappijniveau zelf deze controles hoeft uit te voeren.

Verlichting concernregeling

Voor alle aanvragen waarbij de omzetdaling op het niveau van een werkmaatschappij wordt vastgesteld, dus waarbij er op concernniveau geen omzetdaling is van minimaal 20%, is op dit moment een accountantsverklaring met een ‘redelijke mate van zekerheid’ vereist. Als de definitief vastgestelde subsidie lager is dan € 375.000 zal deze controle voortaan worden verlicht door slechts een verklaring met ‘beperkte mate van zekerheid’ te eisen.

Naar verwachting van de minister zullen de aanpassingen een ‘aanzienlijke’ lastenverlichting voor de betreffende bedrijven opleveren.