Lichte stijging griffierecht in 2024

De griffierechten in het bestuursrecht en het civiele recht zullen in de meeste gevallen volgend jaar licht stijgen. Eerder was nog sprake van een mogelijke verlaging van de griffierechten. De verhoging voor 2024 wordt nu beperkt tot 1,83%.

Griffierecht

Geld

Personen of organisaties die naar de rechter stappen, moeten in beginsel bijdragen in de kosten via het griffierecht. Het tarief is afhankelijk van een aantal factoren, bijvoorbeeld of een zaak door een particulier of door een organisatie wordt aangespannen. Zo betaalt een particulier die beroep aantekent bij een gerechtshof inzake een aanslag inkomstenbelasting € 136 griffierecht, terwijl het tarief voor organisaties die bijvoorbeeld beroep aantekenen bij een gerechtshof inzake omzetbelasting hiervoor € 548 aan griffierecht kwijt zijn.

Geen verlaging griffierecht

In het coalitieakkoord bestond nog het voornemen het griffierecht met 25% te verlagen. Een deel van de hiervoor bedoelde middelen wordt echter aan andere doelen besteed, zodat van een verlaging geen sprake meer is. In plaats daarvan worden de meeste tarieven met 1,83% verhoogd. 

Afzien van indexering

In een brief aan de Tweede Kamer spreekt  minister Weerwind desalniettemin van een verlaging van de griffierechten. Die zouden normaal gesproken namelijk per 2023 en 2024 met in totaal 15,33% worden geïndexeerd. Dit wordt nu dus beperkt tot 1,83%.

Uitzonderingen

Civielrechtelijke vorderingen en verzoeken met een waarde van meer dan € 100.000 en griffierechten in zaken bij de Netherlands Commercial Court worden van de gematigde verhoging uitgezonderd. Deze tarieven worden wel met 15,33% verhoogd. In deze zaken speelt het griffierecht een minder belangrijke rol, zodat de minister het verantwoord vindt voor deze griffierechten de normale indexering toe te passen. 

 
Posted in Niet gecategoriseerd

Karaokecabine 21% btw, maar escaperoom 9% btw

Een rechter oordeelde dat de toegang tot een karaokecabine belast is met 21% btw. Dat de toegang tot een escaperoom belast kan zijn tegen 9% btw, maakt dat niet anders volgens de rechter.

Vermaak en dagrecreatie

Geld

Toegang tot een voorziening die primair en permanent is ingericht voor vermaak en dagrecreatie is belast met 9% btw. Er moet dan wel sprake zijn van een attractiepark, speeltuin of siertuin of een voorziening die hier wat inrichting betreft mee vergelijkbaar is.

Om het 9% lage btw-tarief te kunnen toepassen moet dus in ieder geval sprake zijn van een ruimte die primair en ook permanent voor vermaak en dagrecreatie bedoeld is. Daarnaast blijft de vraag staan wat verstaan wordt onder een attractiepark, speeltuin of siertuin of een voorziening die hier wat inrichting betreft mee vergelijkbaar is.

Escaperoom

Bij een escaperoom betalen mensen een toegangsprijs om binnen een bepaalde tijd daaruit te ontsnappen door het maken van puzzels en het doen van opdrachten. De Belastingdienst is van mening dat de toegangsprijs tot een escaperoom belast is met 9% btw als de escaperoom een ruimte is die primair en permanent ingericht is voor vermaak en dagrecreatie. Volgens de Belastingdienst maakt het daarbij niet uit dat de ruimte slechts voor een bepaalde tijdsduur (meestal één uur) aan de deelnemer ter beschikking staat.

Filmruimte voor VR-bril

Ook de toegangsprijs tot een ruimte waarin met een VR-bril een film bekeken kan worden, kan belast zijn met 9% btw. Dat is naar het oordeel van de Belastingdienst het geval als de filmruimte primair en permanent is ingericht voor vermaak en dagrecreatie. Ook hier maakt het niet uit dat de ruimte slechts voor een bepaalde tijdsduur aan de filmkijker ter beschikking staat.

Karaokecabine

Een rechter oordeelde dat voor de toegangsprijs tot een karaokecabine geen 9, maar 21% btw geldt. Een onderneming vond haar karaokecabines vergelijkbaar met een escaperoom en een filmruimte voor een VR-bril en wilde daarom op de toegangsprijs voor de karaokecabines ook 9% btw toepassen.

De rechter oordeelde echter anders en vond dat de onderneming 21% btw moest berekenen, onder meer omdat geen sprake was van dagrecreatie, maar van avond- en nachtrecreatie. Verder vond de rechter dat de karaokecabines qua inrichting weinig gelijkenis vertoonde met een attractiepark, speeltuin of siertuin. Daarnaast was naar het oordeel van de rechter geen sprake van het verlenen van toegang door de onderneming omdat niet de onderneming, maar degene die de karaokecabine boekte, bepaalde wie er in de cabine werd toegelaten.

Het beroep van de onderneming op het vertrouwensbeginsel omdat een escaperoom of een filmruimte met VR-bril wel 9% btw kunnen toepassen, werd door de rechter ook verworpen.

 
Posted in Niet gecategoriseerd