Zzp’er vrijwillig bij pensioenfonds

Zzp’ers kunnen zich mogelijk vrijwillig aansluiten bij een pensioenfonds. Dit is een van de afspraken die in de nieuwe Wet toekomst pensioenen staat.

Pensioenakkoord

Golf

In de Wet toekomst pensioenen (WTP) staan de afspraken uit het Pensioenakkoord. Met de inwerkingtreding van deze wet op 1 juli 2023 is voor zzp’ers ook de mogelijkheid geïntroduceerd om zich vrijwillig aan te sluiten bij een pensioenfonds.

Voorwaarden pensioenfonds

Het moet wel gaan om een pensioenfonds in de branche waarin de zzp’er werkt. Verder moet het pensioenfonds ook de mogelijkheid bieden tot vrijwillige aansluiting. Informeer daarom bij het pensioenfonds of deze mogelijkheid bij hen bestaat.

Let op! Voor 1 juli 2023 konden werknemers zich bij uitdiensttreding al, onder voorwaarden, vrijwillig aansluiten bij het pensioenfonds van hun ex-werkgever. Deze mogelijkheid bestaat nog steeds.

Aftrek in inkomstenbelasting

De zzp’ers die van deze mogelijkheid gebruikmaken, kunnen de aan het pensioenfonds betaalde premies aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting.

Let op! Het is goed om te weten dat het om een experiment gaat. Wordt het experiment niet voortgezet of omgezet in een definitieve regeling, dan kan de zzp’er het geld bij het pensioenfonds laten staan of opnemen en onderbrengen bij een bank of verzekeraar.

Verplichte pensioenregeling

Overigens geldt in bepaalde beroepsgroepen en bedrijfstakken voor ondernemers een verplichting om deel te nemen aan de pensioenregeling. Dit bestaat al langer en dus niet pas vanaf de inwerkingtreding van de WTP.

Die verplichting geldt voor ondernemers met een schildersbedrijf, stukadoorsbedrijf, glaszetbedrijf, afwerkingsbedrijf, afbouwbedrijf, natuursteenbedrijf of een terazzo- of vloerenbedrijf. Verder geldt die verplichting voor ondernemers die het beroep uitoefenen van apotheker, fysiotherapeut, huisarts, verloskundige, medisch specialist, dierenarts, notaris of kandidaat-notaris, loods of roeier in het Rotterdamse Havengebied.

Posted in Niet gecategoriseerd

Fors meer belastingdruk door lagere indexatie van box 1

De belastingdruk in box 1 van de inkomstenbelasting wordt voor 2024 flink verhoogd. Dit gebeurt onder meer door een lichte stijging in eerste tariefschijf, maar met name door een forse beperking van de indexatie van de tweede tariefschijf. Een en ander blijkt uit het Belastingplan 2024, dat op Prinsjesdag is gepresenteerd.

Stijging tarief eerste tariefschijf

Belastingdienst

In de voorstellen wordt het tarief van de eerste tariefschijf in box 1 iets verhoogd van 36,93% naar 36,97%. Dit tarief geldt in 2024 tot een inkomen van € 75.624. Deze tariefsverhoging gaat maximaal € 30 meer aan belasting kosten. 

Indexatie tariefschijf fors beperkt

De tariefschijf in box 1 word jaarlijks gecorrigeerd aan de hand van de inflatie. Vanwege de actuele hoge inflatie zou de tweede tariefschijf volgend jaar in eerste instantie met 9,9% worden aangepast. Het kabinet stelt echter voor deze schijf slechts met 3,55% te verhogen. Dit betekent dat het toptarief van 49,5% al betaald moet worden vanaf een inkomen van € 75.625 in plaats van € 80.262. Dit kan een belastingplichtige maximaal € 581 extra aan belasting per jaar gaan kosten. 

Let op! Ook voor AOW-gerechtigden worden de tweede en derde schijf in box 1 met 3,55% geïndexeerd in plaats van 9,9%.

Wat levert het op?

De tariefstijging in box 1 is slechts beperkt, maar geldt voor iedere belastingbetaler en brengt daarom toch nog € 272 miljoen op. Het beperkt indexeren van de schijflengte brengt maar liefst € 1.869 miljoen op. 

Let op! Deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Posted in Niet gecategoriseerd