De Lbv en de Lbv plus-regeling, hoe zit het fiscaal?

Op 3 juli 2023 zijn twee landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties gestart voor agrarisch ondernemers in die sector. Demissionair staatssecretaris Van Rij heeft aangegeven dat er geen volledige belastingvrijstelling komt. Wat is er fiscaal geregeld?

Volledig stoppen of iets daar tussenin?

Koeien

Indien u deelneemt aan een beëindigingsregeling zijn er verschillende mogelijkheden. Dit zijn: 

  1. Volledig stoppen als ondernemer
  2. Gedeeltelijk staken en herinvesteren
  3. Volledig staken en doorschuiven naar nieuwe onderneming

1. Volledig stoppen als ondernemer

Indien u volledig stopt, dan bent u een ‘fiscale staker’. De subsidie die u ontvangt voor het waardeverlies van uw gebouwen is een deel van de stakingswinst. Hetzelfde geldt voor de vergoeding voor het doorhalen van uw productierechten. Een subsidie voor sloopkosten (alleen bij de Lbv plus-regeling) vermindert de sloopkosten. De te betalen inkomstenbelasting kunt u beperken door: 

  • de stakingsaftrek van € 3.630 bij volledige staking, een aftrekpost op de belaste winst;
  • gebruik te maken van de middelingsregeling. Deze regeling vermindert de ergste belastingdruk bij piekinkomens. Hoewel de regeling vanaf 2023 is afgeschaft, kunnen de jaren 2021/2022/2023 of 2022/2023/2024 nog worden benut voor een teruggaaf. 

Let op! Om gebruik te maken van de middelingsregeling moet een verzoek worden ingediend.

  • de stakingswinst om te zetten in een (bancaire) lijfrente. Tot bepaalde maximale bedragen mag de subsidieopbrengst gebruikt worden voor een aftrekbare lijfrente. U voorkomt daarmee afrekening ineens, de uitkeringen worden in box 1 belast. Over de uitkeringen moet wel premie Zvw betaald worden. 

Let op! Lijfrentepremieaftrek is alleen mogelijk als de lijfrentepremie binnen zes maanden na het jaar waarin u de stakingswinst aangeeft, wordt betaald.

Staakt u volledig en gaat u niet verder met een nieuwe onderneming, let dan op mogelijke andere belastingclaims op het ondernemingsvermogen zoals de oudedagsreserve, belaste claims in landbouwgronden die buiten de landbouwvrijstelling blijven, belaste meerwaarden in gebouwen die niet gesloopt worden en de eventuele bedrijfswoning die op de ondernemingsbalans staat. 

Tip! Het volledig staken van een bedrijf is altijd maatwerk en een enorme tijdrovende en soms emotionele klus. Wij adviseren u graag en nemen indien gewenst voor u het werk uit handen.

2. Gedeeltelijk staken en herinvesteren

Staakt u een tak van uw onderneming en wordt de opbrengst voor een uitbreiding van een andere tak van uw onderneming gebruikt? Dan kan de vergoeding uit de beëindigingsregeling met een herinvesteringsreserve afgeboekt worden op de nieuwe investeringen. De Lbv-regelingen zijn aangewezen als overheidsingrijpen. Dit maakt de afboekingsmogelijkheden op herinvesteringen zeer ruim (maar niet onbeperkt!). Toepassing van de herinvesteringsreserve is in dit soort gevallen maatwerk.

Let op! Wordt een tak van de onderneming gestaakt en wordt er geïnvesteerd in een nieuwe bedrijfsactiviteit? Dan is toepassing van de herinvesteringsreserve nu nog een probleem. Het kabinet heeft echter toegezegd dat dit wordt opgelost.

Omdat sprake is van een gedeeltelijke staking gelden ook de stakingsfaciliteiten die hiervoor staan, behalve de stakingsaftrek. 

3. Volledig staken en doorschuiven naar nieuwe onderneming

Als u uw bedrijf staakt en u gaat verder met een andere onderneming, dan mag de stakingswinst worden doorgeschoven naar uw nieuwe onderneming. De stakingswinst wordt niet belast, maar wordt afgeboekt op herinvesteringen in de nieuwe onderneming. Ook hier zijn de mogelijkheden ruim, omdat sprake is van overheidsingrijpen. 

Let ook op andere belastingen

Voor wat betreft de overdrachtsbelasting en de schenk- en erfbelasting is aandacht vereist als er een vrijstelling is toegepast met een volgtermijn of voortzettingstermijn. Het staken van uw onderneming binnen die termijnen kan betekenen dat een vrijstelling vervalt en er alsnog moet worden betaald. Voor de omzetbelasting geldt dat de subsidies onbelast zijn. 

Tip! De btw op de sloopkosten is meestal aftrekbaar omdat het hier gaat om een laatste ondernemingshandeling.

Posted in Niet gecategoriseerd

Naar verwachting forse stijging brandstofprijs per 1 januari 2024

De brandstofprijzen zullen naar verwachting per 1 januari 2024 fors gaan stijgen. Dit wordt veroorzaakt door het terugdraaien van de accijnsverlaging en het aanpassen van de accijnzen aan de inflatie. De exacte aanpassing van de accijnzen is nog onzeker.

Terugdraaien accijnsverlaging

Auto

In 2022 werden de accijnzen op brandstoffen flink verlaagd vanwege de sterk gestegen energieprijzen. Deze verlaging is in juli 2023 deels teruggedraaid. De rest van de verlaging wordt per 1 januari 2024 teruggedraaid. Daardoor wordt op een liter benzine 8,7 cent en op een liter diesel 5,6 cent meer accijns geheven.

Aanpassing inflatie

Per 1 januari 2024 worden de accijnzen ook aangepast aan de inflatie. Daardoor stijgt de accijns op een liter benzine nogmaals met 8,7 cent en op een liter diesel met 5,5 cent.

Btw over accijns

Een derde prijsverhogende factor is dat over de accijnsverhogingen ook nog eens btw wordt geheven. Per saldo kan dit voor benzine een prijsstijging opleveren van 20,95 cent en voor diesel van 13,43 cent.

Prijsstijgingen onzeker

Of de accijnzen daadwerkelijk in deze mate zullen stijgen, is nog onzeker. Staatssecretaris Van Rij geeft in antwoord op Kamervragen aan dat dit afhangt van nadere besluitvorming en van het Belastingplan 2024. Hierbij spelen naast het budgettaire belang ook het effect op het klimaat en grenseffecten en rol.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding ook onzeker

Of de onbelaste reiskostenvergoeding in 2024 met één cent extra wordt verhoogd naar € 0,23 per kilometer ook nog onzeker. De vergoeding bedraagt thans € 0,21/km en zou stijgen naar € 0,22 per kilometer. De extra verhoging met één cent hangt onder meer af van de vraag of hiervoor budgettaire dekking kan worden gevonden.

Posted in Niet gecategoriseerd