Maatregelen tegen armoede betaald door hogere inkomens

Het kabinet gaat een aantal maatregelen nemen om armoede te bestrijden. De prijs moet betaald worden door degenen van wie het inkomen volgend jaar boven de eerste tariefschijf in box 1 uitkomt. De maatregelen worden onder meer getroffen via de huurtoeslag, het kindgebonden budget en de arbeidskorting.

Armoedebestrijding

Geld

Omdat een aantal maatregelen om de koopkracht te handhaven dit jaar afloopt, dreigen meer dan een miljoen Nederlanders in armoede te raken. Daarom is een pakket aan maatregelen aangekondigd om met name de lagere inkomens tegemoet te komen.

Maatregelen

De aangekondigde maatregelen betreffen onder meer:

  • een  verhoging van de huurtoeslag met € 416 per jaar;
  • een stijging van het kindgebonden budget voor het eerste kind met € 750 per jaar;
  • een verhoging van de arbeidskorting met € 115 voor inkomens tussen ongeveer € 23.000 en € 37.000; en
  • een voorlopige handhaving van het Tijdelijk Noodfonds Energie.

Hogere inkomens betalen de rekening

De maatregelen worden met name bekostigd door de lengte van de eerste tariefschijf in box 1 niet volledig te corrigeren met de inflatie. Daardoor belandt men met het inkomen in box 1 eerder in de tweede tariefschijf. Dit betekent dat men eerder het hoge tarief van 49,5% betaalt, vanaf € 73.032 in 2023 (bruto per jaar), in plaats van het opstaptarief van 36,93%.

Ook tabak en alcohol duurder

Verder worden ook de accijnzen op alcohol en tabak verhoogd. Met deze verhoging is een lastenverzwaring van zo’n € 100 miljoen gemoeid.

Let op! De definitieve plannen van het demissionaire kabinet worden pas op Prinsjesdag, 19 september 2023, bekendgemaakt.

Posted in Niet gecategoriseerd

Wanneer is auto verplicht privévermogen?

Als u als ondernemer in de inkomstenbelasting een bedrijfsmiddel zowel zakelijk als privé gebruikt, behoort het bedrijfsmiddel meestal tot het keuzevermogen. Dit betekent dat u binnen bepaalde grenzen zelf mag weten of u het tot uw ondernemingsvermogen rekent of niet. Voor een personenauto gelden soms afwijkende grenzen.

De Hoge Raad heeft onlangs beslist wanneer die afwijkende grenzen voor een auto wel of juist niet gelden .

Hoofdregel: grens 10%

Auto

Gebruikt u een bedrijfsmiddel minder dan 10% voor zakelijke doeleinden, dan bent u verplicht het als privévermogen aan te merken. Gebruikt u het 90% of meer zakelijk, dan bent u juist verplicht het als ondernemingsvermogen aan te merken. 

Gebruikt u het minstens 10% privé en minstens 10% zakelijk, dan behoort het bedrijfsmiddel tot het keuzevermogen. In het jaar van aanschaf maakt u dan de keuze of het tot uw privévermogen of juist tot uw ondernemingsvermogen behoort. Dit wordt vermogensetikettering genoemd.

Bijtelling auto

Zoals bekend kunt u voor een auto van de zaak met bijtelling te maken krijgen indien u deze ook privé gebruikt. U krijgt alleen geen bijtelling als de privékilometers in een jaar niet meer dan 500 bedragen. Voor een (zakelijke) auto is daarom in het verleden al beslist dat deze verplicht als ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt, als met de auto in een jaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Dit wijkt dus af van de hoofdregel dat de auto 90% of meer zakelijk moet zijn gebruikt.

Andersom geldt dit niet

Een belastingplichtige trok hieruit de conclusie dat dit andersom ook geldt. De man had met zijn auto 22.000 kilometer gereden, waarvan 1.453 kilometer zakelijk. De man wilde de auto toch als zakelijk aanmerken. Hij meende dat dit mogelijk was, omdat er weliswaar minder dan 10% zakelijk was gereden, maar wel meer dan 500 km. 

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad oordeelt dat dit niet juist is. In de omgekeerde situatie is bepalend of met de auto 10% of meer zakelijk is gereden, dus geldt dan de toepassing van de hoofdregel. Dat was hier niet het geval, zodat de auto verplicht tot het privévermogen moest worden gerekend.

Tenzij…

De Hoge Raad geeft in het arrest verder nog aan dat een auto waarmee niet meer dan 500 kilometer privé is gereden, verplicht tot het ondernemingsvermogen behoort, op voorwaarde dat het aantal zakelijke kilometers meer bedraagt dan het aantal privékilometers. Daarboven gelden weer de normale regels. In het geval er met een auto bijvoorbeeld 400 kilometer privé wordt gereden en 450 kilometer zakelijk, kan men dus weer kiezen of de auto tot het privé- of tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend.

Posted in Niet gecategoriseerd