Advieswijzer Beperkte gemeenschap van goederen 2023

Voor de ondernemer die na 1 januari 2018 is getrouwd zonder huwelijksvoorwaarden, geldt de beperkte gemeenschap van goederen. Een ondernemer doet er verstandig om huwelijkse voorwaarden overeen te komen met zijn of haar aanstaande echtgenoot of geregistreerd partner.

Bent u voor 1 januari 2018 getrouwd en heeft u geen huwelijksvoorwaarden opgesteld? Dan blijft voor u de oude wettelijke regeling gewoon gelden, de algehele gemeenschap van goederen.

De beperkte gemeenschap van goederen

Huwelijk

Vanaf 1 januari 2018 kunt u nog alleen in algehele gemeenschap van goederen trouwen als u dit afspreekt bij huwelijkse voorwaarden. Als u niets met elkaar regelt, krijgt u automatisch te maken met de beperkte gemeenschap van goederen.

Dit geldt op voorwaarde dat het Nederlandse recht op uw geval van toepassing is. Als u bijvoorbeeld meerdere of een andere nationaliteit(en) heeft of als u direct na uw huwelijk in het buitenland bent gaan wonen, kan het zijn dat Nederlands recht op uw geval helemaal niet van toepassing is. U dient zich in dat geval goed te laten voorlichten over de vraag of het Nederlands huwelijksvermogensrecht in uw geval wel geldt.

Tip! Ook in zo’n geval kunnen huwelijkse voorwaarden overigens uitkomst bieden, doordat u hierin expliciet kunt kiezen voor de toepassing van bijvoorbeeld het Nederlands huwelijksvermogensrecht. Dit voorkomt een hoop discussies of onduidelijkheid achteraf.

Let op! Raadpleeg tijdig een deskundige die de gevolgen kan overzien als uw situatie ‘iets internationaals’ heeft.

Drie vermogens

Uitgangspunt van de huidige  wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap van goederen is dat er drie vermogens zijn in plaats van één gemeenschapsvermogen, namelijk: het privévermogen van de één, het privévermogen van de ander en het gemeenschappelijke vermogen. De gemeenschap omvat alle gezamenlijke goederen en gezamenlijke schulden die echtgenoten voor het huwelijk al hadden en alle goederen en schulden die zij vanaf aanvang van de gemeenschap tot aan de ontbinding van de gemeenschap verkrijgen of maken, met uitzondering van erfenissen, schenkingen of verknochte goederen, zoals een letselschade-uitkering. Het privévermogen en de privéschulden van voor het huwelijk vallen buiten de gemeenschap.

Vaker privé

Het feit dat er standaard drie vermogens zijn, maakt dat u al gauw  te maken kunt krijgen met de zogenaamde vergoedingsrechten. Hiermee wordt bijvoorbeeld de situatie bedoeld dat privégeld, zoals een ontvangen erfenis, is geïnvesteerd in een gemeenschappelijk goed, zoals de echtelijke woning, en dit bedrag vergoed dient te worden door de gemeenschap. Onder de oude wetgeving was dit voorbeeld alleen aan de orde voor zover er sprake was van een erfenis die verkregen is onder een uitsluitingsclausule. Dat wil zeggen: de overledene heeft in een testament uitdrukkelijk bepaald dat de erfenis niet in enige gemeenschap zal vallen.

Let op! Bij de beperkte gemeenschap van goederen is het maken van een uitsluitingsclausule door een erflater niet meer nodig. Er kan wel een insluitingsclausule of gemeenschapsclausule worden gemaakt indien iemand wil dat de partner van de erfgenaam ook erft.

Onderneming

Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt niet in de gemeenschap. Als u als ondernemer in het huwelijk treedt, valt de onderneming dus niet in de beperkte gemeenschap. Veel discussie valt in de praktijk te verwachten ten aanzien van de nieuwe wettelijke bepaling die een redelijke vergoeding voor kennis, vaardigheden en arbeid in het kader van die voorhuwelijkse onderneming voorschrijft. De vergoeding dient voldaan te worden aan de gemeenschap.

De redelijke vergoeding is aan de orde voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen. Onduidelijk en onzeker is wat ‘een redelijke vergoeding’ is en hoe dit precies bepaald dient te worden. Op het moment dat rechters zich hierover gaan uitlaten, ontstaan op dit punt wellicht richtlijnen. Lastig is echter in hoeverre aan de rechter voorgelegde gevallen vergelijkbaar met elkaar zullen zijn.

Tip! Maak voorafgaand aan het huwelijk afspraken over de invulling van het begrip ‘redelijke vergoeding’ of wijk af van de wettelijke regeling in huwelijkse voorwaarden.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat dit vergoedingsrecht kan worden vastgesteld aan de hand van de toegenomen waarde van het privévermogen. Ook dient het vertrekpunt in kaart te worden gebracht: wat was de waarde van de voorhuwelijkse onderneming ten tijde van de huwelijksvoltrekking? Op welke grondslag heeft deze waardering plaatsgevonden? Heeft deze waardering plaatsgevonden door een professional waar beide echtgenoten vertrouwen in hebben?

Tip! Wanneer u de rechtsonzekerheid die de beperkte gemeenschap van goederen op dit punt met zich meebrengt zo veel mogelijk wilt voorkomen, doet u er verstandig aan huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Tip! Leg het vermogen of de waarde van de onderneming en het privévermogen van partijen voor het huwelijk nauwkeurig vast.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Posted in Niet gecategoriseerd

Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?

Sinds de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is de administratie rond loonbeslag van uw werknemers minder omslachtig geworden. Een aantal zaken hoeft u als werkgever niet meer te doen. Maar welke verplichtingen heeft u als werkgever wel?

Verzoek om informatie van de deurwaarder

Juridisch

Voordat er een beslag op het loon van de werknemer wordt gelegd, ontvangt u als werkgever van een deurwaarder een verzoek om informatie, een ‘verklaringsformulier derdenbeslag’. Dat is een vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer. Als werkgever bent u verplicht om deze informatie te geven. U ontvangt bij het verzoek om informatie ook een ‘beslagexploot’ van de deurwaarder. Dat is een proces-verbaal van het beslag. 

De vragenlijst moet u pas na tenminste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken terugsturen. Als u de vragenlijst niet (juist) invult en terugstuurt, kunt u mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade van de deurwaarder of van de schuldeiser. Het gaat dan om kosten (voor bijvoorbeeld beslaglegging) die door het ‘niet-doen van verklaring’ voor niets zijn gemaakt. Ook loopt u het risico dat u wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd.

Let op! U dient de ingevulde vragenlijst dus pas na twee weken op te sturen. Zo heeft u tijd om contact op te nemen met uw werknemer. Er kan wellicht op dat moment nog een betalingsregeling getroffen worden met de schuldeiser om het loonbeslag te voorkomen.

De beslagvrije voet

In het beslagexploot staat de beslagvrije voet. Dat is het deel van het inkomen dat uw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Voor het bepalen van de beslagvrije voet wordt een automatische rekenmodule gebruikt. De informatie voor de berekening wordt uit de basisregistratie personen, de gegevens van de Belastingdienst en de polisadministratie van het UWV gehaald. Uw werknemer ontvangt een ‘modelmededeling beslagvrije voet’. Hierin staat de hoogte van de beslagvrije voet en hoe deze is berekend. 

Tip! U kunt samen met uw werknemer berekenen of de hoogte van de beslagvrije voet wel klopt. Dit kan via www.uwbeslagvrijevoet.nl.

Bezwaar

Als uw werknemer het niet eens is met de hoogte van de beslagvrije voet, kan hij binnen vier weken bezwaar maken. Wordt dit toegekend, dan gaat de nieuwe beslagvrije voet direct vanaf het begin van het loonbeslag gelden. Maakt uw werknemer pas bezwaar na vier weken? Dan hoeft de deurwaarder, indien het ingediende bezwaar wordt toegekend, pas vanaf dat moment de beslagvrije voet aan te passen naar het nieuwe bedrag.

De afdracht

Het nettoloon dat overblijft na aftrek van de beslagvrije voet en de onkostenvergoedingen, zoals bijvoorbeeld reiskosten van de werknemer, moet u als werkgever overmaken aan de deurwaarder. Ook het vakantiegeld en een eventuele eindejaarsuitkering moet u overmaken naar de deurwaarder. Maakt u geen geld over naar de beslaglegger, dan kunt u door de rechter worden veroordeeld tot nakoming van die verplichting.

Meerdere loonbeslagen voor dezelfde werknemer

U betaalt in principe alleen aan de eerste beslaglegger. Dat doet u tot deze vordering is ingelost. U verwijst een latere beslaglegger door naar de eerste beslaglegger. Die is verantwoordelijk voor de verdeling van het beslag onder de verschillende beslagleggers. Soms wordt er een tweede beslag gelegd voor een schuld die voorrang heeft. In dat geval legt de eerste beslaglegger aan u uit aan wie u welk bedrag moet betalen.

Posted in Niet gecategoriseerd