Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

Als aan u een auto van de zaak ter beschikking staat, is in beginsel bijtelling voor privégebruik van toepassing. Alleen als u overtuigend kunt aantonen dat u niet meer dan 500 kilometer privé heeft gereden, krijgt u geen bijtelling. Een exacte rittenregistratie is hiervoor niet vereist.

Belastingdienst in de fout

Agenda

In een zaak voor de rechtbank Noord-Nederland ging de Belastingdienst bij de beoordeling van een rittenregistratie meermaals in de fout. Zo constateerde de Belastingdienst verschillen in de opgegeven aantallen kilometers van verschillende routes aan de hand van Google Maps. Deze verschillen bestonden in werkelijkheid niet.

Exacte aantallen niet vereist

Ook ging de Belastingdienst de fout in door ritten op honderden meters nauwkeurig te berekenen. Ook dit is volgens de rechter niet de bedoeling. Van belang is slechts dat overtuigend wordt aangetoond dat het aantal kilometers dat privé is gereden niet meer dan 500 bedraagt.

Vrije bewijsleer

Hoe u aantoont dat u daadwerkelijk niet meer kilometers gereden heeft, is niet van belang. Een rittenregistratie is namelijk niet vereist en bewijs kan dus ook op andere wijze worden geleverd.

Zware aanhanger

De rechtbank achtte ook van belang dat er gereden is met een grote auto met zware aanhanger om hiermee onder andere metaal te vervoeren. Om deze reden was er dan ook regelmatig over hoofdwegen gereden om zo ritten door dorpen te vermijden.

Heel klein verschil is niet van belang

De rechtbank stelt ook letterlijk ‘niet warm of koud te worden’ van een verschil van één kilometer, omdat zo’n verschil logisch is en nu eenmaal van tijd tot tijd voorkomt als er op hele kilometers wordt afgerond en geregistreerd. Van belang is slechts dat de 500 km privé niet wordt overschreden. De rechtbank verminderde dan ook de navorderingen en schrapte hierin de bijtellingen.

Posted in Niet gecategoriseerd

Denk na over uw bedrijfsopvolging

Het kabinet heeft onlangs gereageerd op een evaluatie van de fiscale tegemoetkomingen voor bedrijfsopvolgingen. Uit de reactie komt naar voren dat deze tegemoetkomingen niet volledig worden afgeschaft, maar waar nodig wel worden aangepast.

Bedrijfsopvolgingsregelingen

Appel

In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan € 1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.

Daarnaast is in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling opgenomen, in de praktijk ook wel DSR genoemd. Deze regeling voorziet in de mogelijkheid om de winst die bij schenken of vererven van een onderneming ontstaat, door te schuiven naar de opvolgers.

Evaluatie CPB bedrijfsopvolgingsregelingen

Eerder dit jaar publiceerde het CPB een evaluatie van fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht. Onderdeel van deze evaluatie waren met name de BOR en de DSR. Het kabinet heeft hierop onlangs gereageerd. In de reactie geeft het kabinet aan nog steeds achter de doelstelling van de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen te staan. Te weten: het voorkomen dat de continuïteit van een onderneming bij een reële bedrijfsoverdracht in gevaar komt door belastingheffing.

Aanpak knelpunten en oneigenlijk gebruik

Het kabinet wil echter wel diverse knelpunten en oneigenlijk gebruik van de regelingen aanpakken. Hierbij wil het kabinet niet alleen oog hebben voor de knelpunten die de Belastingdienst ervaart, maar ook voor de knelpunten die de ondernemer ervaart. Het doel is onder meer eenvoudigere regels en minder juridische procedures.

Verhuur onroerende zaken

Zo wil het kabinet in de toekomst alle aan derde verhuurde onroerende zaken aanmerken als beleggingsvermogen in de BOR en DSR. Gevolg is dan dat hierop niet de gunstige regelingen kunnen worden toegepast. De precieze uitwerking van deze maatregel is nog niet bekend, maar zal onderdeel zijn van het wetsvoorstel Belastingplan 2025, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Baby-bv’s

Het kabinet onderzoekt verder de mogelijkheden voor nieuw beleid om constructies met baby-bv’s aan te pakken.

Verdere wijzigingen nog niet bekend

Verdere wijzigingen zijn nog niet bekend. De komende periode onderzoekt het kabinet hiertoe een aantal vragen over onder meer het onderscheid tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen, de mogelijke aanpassing van de dienstbetrekkingseis in de DSR en de mogelijke aanpassing van de bezits- en voortzettingseis in de BOR. Het kabinet zal eventuele wijzigingen daarna opnemen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Tip! Gezien de mogelijke wijzigingen die plaats gaan vinden in de bedrijfsopvolgingsregelingen is het verstandig om met uw adviseur te overleggen wat u nu nog kan doen om gebruik te maken van de huidige regelingen.

Posted in Niet gecategoriseerd