Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds

Portemonnee

Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand –gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds

Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds

Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip! Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting

De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.

Posted in Niet gecategoriseerd

Meer bijtelling voor duurdere elektrische auto

Voor een elektrische auto met een catalogusprijs van € 30.000 of meer gaat vanaf 2023 een hogere bijtelling gelden. Dit komt omdat de lage bijtelling van 16% nog maar gaat gelden tot een catalogusprijs van € 30.000 in plaats van € 35.000 nu. Over het meerdere wordt de bijtelling 22%.

Maximale verhoging € 300

Auto

De hogere bijtelling kan een automobilist maximaal € 300 extra aan bijtelling kosten. Over maximaal € 5.000 extra cataloguswaarde wordt de bijtelling immers 6% hoger. Over deze € 300 moet de belastingplichtige extra belasting betalen. Hoeveel dit is, hangt af van zijn belastingtarief.

Let op bij elektrische auto’s ouder dan vijf jaar

De verhoging gaat ook de automobilist geld kosten met een elektrische auto die ouder is dan vijf jaar. De oorspronkelijke bijtelling bij aankoop van de auto geldt namelijk maar voor vijf jaar. Daarna gaat de bijtelling gelden die op dat moment van toepassing is. Zo gaan auto’s die in 2018 voor het eerst op kenteken zijn gezet, in de loop van 2023 met de hogere bijtelling van 16% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere te maken krijgen. Voor een elektrische auto van vóór 2017 wordt over de eerste € 30.000 zelfs 19% bijtelling betaald en over het meerdere 25% (tenzij de elektrische auto ouder is dan 15 jaar).

Zonnecel- en waterstofauto blijven buiten schot

De verhoging van de bijtelling geldt niet voor auto’s die rijden op waterstof of op zonnecellen. Voor deze auto’s blijft de bijtelling 16% over de gehele catalogusprijs.

Posted in Niet gecategoriseerd