Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Buitenlandse werknemers waarvoor u de 30%-regeling wilt toepassen, moeten een vast loon genieten dat voldoet aan de daarvoor bepaalde fiscale norm. Variabele loonelementen tellen daarvoor niet mee.

30%-regeling

CollegeVolgens de 30%-regeling mag u voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden.

Specifieke deskundigheid

Een werknemer wordt geacht over een specifieke deskundigheid te beschikken als hij een bepaald loon verdient. Voor 2022 is dit minimaal € 39.467, exclusief de belastingvrije vergoeding. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, én die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm € 30.001 exclusief de belastingvrije vergoeding.

Uitzonderingen

Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering. Zij hoeven helemaal niet aan een inkomensnorm te voldoen. Ook geldt in uitzonderingsgevallen aanvullend een ‘schaarstevereiste’. De deskundigheid van uw werknemer moet dan niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Variabel loon telt niet mee

In een uitspraak van rechtbank Gelderland was de vraag aan de orde of ook variabel loon meetelt voor de fiscale inkomensnorm. De rechtbank vindt van niet, omdat de regeling anders vrijwel onuitvoerbaar wordt. 

De rechter bepaalde verder dat alleen het vaste overeengekomen loon bij aanvang van de dienstbetrekking in Nederland beslissend is voor de vraag of aan de norm wordt voldaan. Als op een later moment dus een hoger vast loon wordt afgesproken, is dit niet meer relevant.

Heeft u vragen over de 30%-regeling, neem dan contact met ons op.

Posted in Niet gecategoriseerd

Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

Het UWV stelt jaarlijks de premies voor de vrijwillige verzekeringen vast. De premies voor 2022 zijn kortgeleden gepubliceerd op de website van het UWV.

Voor wie?

DweilWerknemers zijn verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Bent u zelfstandige, ontwikkelingswerker, alfahulp of werkt u momenteel niet? Dan heeft u de mogelijkheid om u onder bepaalde voorwaarden bij het UWV vrijwillig te verzekeren voor de Ziektewet, Werkloosheidswet (WW), Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of een combinatie hiervan. 

Premiepercentages voor 2022

Premiepercentages Ziektewet  2021  2022 
Landelijk  9,20  9,20 
Alfahulpen  7,95  7,95 
WW  1,90  1,90 
WAO  7,03  7,05 
WIA  7,81  7,89 

Alfahulpen betalen een lagere premie van 7,95%, omdat ze de eerste 6 weken geen recht hebben op een ziektewetuitkering. Er wordt over een bedrag van maximaal € 59.706 premie geheven.

De WIA-premie is vanaf 1 januari 2020 wettelijk gemaximeerd op de som van de basispremie WAO/WIA van 7,05% en het gemiddeld percentage WGA Werkhervattingskas (Whk) van 0,84% voor de verplicht verzekerden. 

Premies in beginsel kostendekkend

Voor de premieberekening bepaalt het UWV de verwachte lasten en het verwacht verzekerd bedrag in 2022. Daarnaast wordt er gerekend met het indexeringspercentage van 1,41% per 1 januari 2022 en zijn voor de ramingen de realisaties tot en met september 2021 gebruikt. In beginsel worden deze premies kostendekkend vastgesteld. In de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is echter opgenomen dat de premie voor de WW, WAO en WIA niet hoger mag zijn dan het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) landelijk vastgestelde wettelijke premiepercentage. De Ziektewet kent geen landelijk vastgesteld wettelijk maximum percentage en wordt daarom op kostendekkend niveau vastgesteld.

Posted in Niet gecategoriseerd